Ik ging vandaag naar het Rijksmuseum Twente, het was al een tijd geleden dat ik er was geweest en het was een goede reden uit mijn huis te komen. Ik vind kunst buitengewoon boeiend want het drukt altijd iets uit, ook al snap ik lang niet altijd wat dat iets is. Als iemand die graag creëert (ik durf mijzelf geen kunstenaar noemen dat zijn mensen die echt wat kunnen) kan het ook inspiratie geven.
Bij binnenkomst werd me verzocht mijn tas in een kluisje te doen, dat vond ik lastig. Niet omdat er iets in zat waar ik niet even afstand van kon doen (mijn telefoon ging wel mee) maar voelde me kwetsbaarder zonder. Terwijl ik binnen was, was mijn hoofd ook vrij veel bezig navigeren door de zalen zo dat mensen zo min mogelijk last van mij hadden. Ik was me er ook van bewust dat iedereen me opeens zou kunnen aanspreken en ik had niemand bij me om dat gesprek voor mij op te vangen. Ik voelde me bekeken en kwetsbaar en daarvan werd ik wat angstig, dat zorgt ervoor dat ik meer stim (repetitieve bewegingen met als doel mezelf te reguleren). En dat is prima maar in mijn hoofd zit er een stemmetje dat zegt dat ik normaal moet doen, dat mensen me anders raar vinden en in het ergste geval er wat van zouden kunnen zeggen. Ik kan je vertellen van die gedachten werd ik niet rustiger en na denk z’n drie kwartier vond ik het goed geweest en verliet het museum weer. Ik heb weinig echt kunnen zien, ik zat te veel in mijn hoofd.
Nu kan ik 2 dingen beslissen, ik kan vanaf nu altijd zorgen iemand mee te nemen zodat ik me fijner voel tijdens dat bezoek. Ik kan ook gaan kijken of oefening kust baart door juist vaker alleen ergens heen te gaan en het gevoel van raar en kwetsbaar zijn aan te gaan.
